Utrecht:
reconstructie Croeselaan-Zuid

Heeft as a service ook meerwaarde
in de grond-, weg- en waterbouw?

Status: fase 1: opstartfase
Object: gemeentelijke weg in binnenstad
Pilot-partners: Gemeente Utrecht en Dura Vermeer

Utrecht wil zo snel mogelijk een volledig circulaire stad zijn: een volledig hernieuwbare stad, zonder afval, waarin optimaal gebruik wordt gemaakt van grondstoffen, duurzame energiebronnen en menselijk kapitaal.
Daarbij willen we grondstoffen zoveel mogelijk binnen de regio houden. Dat doen we samen met bedrijven, ondernemers, burgers en initiatieven. Dit vraagt ook om nieuwe samenwerkingsvormen en businessmodellen. In het Actieplan Utrecht Circulair 2020-2023 staat beschreven hoe we hieraan werken.

Utrecht heeft als snelst groeiende grote stad een omvangrijke bouwopgave. Daarom ligt de nadruk van ons Actieprogramma ook op circulair bouwen. In de openbare ruimte is veel maatschappelijke impact te behalen door de grote volumes aan grondstoffen. Dit is dan ook een van onze meest kansrijke inkoopcategorieën bij maatschappelijk verantwoord inkopen. In deze fase van circulair bouwen (tot 2023) willen we vooral zoveel mogelijk leren door te experimenteren, zodat we in de volgende fase de opgedane lessen kunnen opschalen.

Als Utrecht doen we mee met het Partnerprogramma omdat we willen onderzoeken hoe circulair beheren en samenwerken er in de openbare ruimte uit kan zien. En hoe we As A Service modellen kunnen gebruiken om de transitie naar Utrecht als Circulaire Stad te versnellen.

De aanloop: circulaire Croeselaan Zuid

De circulaire herinrichting van de Croeselaan in 2018 draagt hier als een van de projecten aan bij. De Croeselaan was tot enkele jaren geleden een drukke verkeersader dwars door de westelijke binnenstad. In 2018 deden we een ambitieuze uitvraag voor de herinrichting van het noordelijk gelegen deel van de Croeselaan, die ‘de meest duurzame weg’ moest worden.

Dura Vermeer transformeerde de weg in opdracht van de gemeente in een groene, rustige verkeersluwe laan met veel bomen en een ‘weeting’-laan die uitnodigt tot bewegen. Er werd 68% op de milieukosten bespaard tegen hetzelfde budget. Zo is het wegdek aangelegd met laag temperatuur asfalt en gaat het twee keer zo lang mee. De bestaande grond, fundering en tegels zijn hergebruikt en het fietspad bestaat uit rood Ramac-beton met een lage CO2-uitstoot. Ook is de weg opgeleverd met een materialenpaspoort.

De circulaire weg: het (duurzame) asfalt voorbij
Met de ambitieuze circulaire uitvraag en innovatieve inrichting van Croeselaan Noord is een mooie basis gelegd voor een ideale leeromgeving. Want een weg is pas circulair wanneer deze deel uitmaakt van een circulair systeem. Deelname aan het Partnerprogramma De Circulaire Weg biedt Utrecht de gelegenheid om van de Croeselaan als circulair project te leren en na te gaan hoe een as a service samenwerkingsmodel kan bijdragen aan betere omstandigheden voor een circulair georganiseerde keten. Deze kennis kunnen we vervolgens toepassen in volgende infra-projecten en beheervraagstukken in de stad.

Pilot: reconstructie Croeselaan Zuid

In 2021 wordt ook het zuidelijke deel van de Croeselaan heringericht. Bij wijze van experiment willen de gemeente en Dura Vermeer onderzoeken voor welke onderdelen as a service model toegevoegde waarde heeft, welke gradaties van het AAS-model voor welke producten geschikt zijn en daarbij het beste passen bij (het beheer van) de stad.

In de pilot wordt nagegaan of er binnen een as a service-samenwerking nog extra stappen zijn te zetten op het gebied van duurzaamheid en circulariteit, bóvenop de forse slag die al is gemaakt in Croeselaan-Noord. En wat dit vraagt van de organisatie, samenwerking, contractvorming, beheer, etc. Is een AAS-model geschikt voor de openbare ruimte. En zo ja: onder welke condities en voorwaarden?

Leervragen:

  1. Biedt toepassing van het as a service-model voldoende maatschappelijke meerwaarde in de openbare ruimte? Leidt het inderdaad tot minder milieubelasting, een hogere circulariteit en/of lagere levensduurkosten?
    • a. Onder welke omstandigheden en bij welk type infrastructurele objecten is dit wel of niet het geval?
    • b. Welke kansen biedt het voor beheervraagstukken in de stad?
  2. Wat betekent IAAS voor de manier van samenwerken in de keten en welke contractvormen en aanbestedingsprocedures passen hier het beste bij?
  3. Voor welke onderdelen is welk niveau van IAAS het beste werkbaar, voor de stad als eigenaar van de openbare ruimte en met als doel een op zo’n hoog mogelijk niveau van circulariteit. Wat betekent dat financieel, technisch, organisatorisch, juridisch?
  4. Hoe borgen we dat de lessen die we leren leiden tot een daadwerkelijke verandering/doorbraak op circulair gebied in de infrasector en in de verschillende organisaties van de ketenpartners?

Waar staan we nu?

De pilot is na de zomer 2020 opgestart.

Contactpersonen namens de Gemeente Utrecht:
Frank van der Vaart & Carla Groot-Djakou